De ondergrond in Sassenheim bestaat overwegend uit zandgrond, en dat bepaalt hoe het werk hier wordt opgebouwd. Sassenheim ligt op een oude strandwal: draagkrachtig, zandig materiaal waarop bestrating met een beperkt cunet jarenlang vlak blijft liggen. Richting het Oosteinde en de Kagerplassen loopt die strandwal af naar veen- en kleipolders, waar de draagkracht terugvalt en zetting en een hoge grondwaterstand wel meespelen.
Nieuwe aanplant op zand komt de eerste twee zomers zelden zonder watergift door, doordat het beschikbare bodemvocht in de wortelzone eerder op is dan de wortels zich hebben kunnen uitbreiden. Bomenzand onder verharding dient op een zandondergrond vooral om verdichting te weerstaan en tegelijk lucht en vocht vast te houden; gewoon ophoogzand mist die bufferende werking volledig. Bij het aanvullen van een plantgat wordt zand in lagen aangedrukt en direct ingewaterd, omdat losse korrels anders holle ruimten rond de wortels laten waar geen contact met vocht ontstaat. Het plantgat wordt op zandgrond breder dan diep gemaakt en de teruggezette grond met organische stof gemengd, zodat er rond de kluit een zone ontstaat die vocht vasthoudt. Wortelopdruk onder verharding speelt op zand minder dan op bodems waar wortels door natte of dichte lagen naar het oppervlak worden gedwongen, mits er onder de verharding voldoende doorwortelbare ruimte zit. Verankering van een nieuwe boom vraagt in los zand langere palen dan gebruikelijk, omdat de houvast uit de wrijving over de paallengte komt en de bovenste decimeters weinig weerstand bieden.
Naast de bodem telt het water mee. Aan de oostzijde grenst Sassenheim aan het boezemwater van de Kagerplassen, terwijl polders als de Klinkenberger- en Voorhofpolder op een eigen, lager polderpeil staan. Een middelhoge grondwaterstand biedt de meeste tuinplanten precies wat ze nodig hebben: vocht op diepte om naartoe te wortelen en een luchtige toplaag om in te ademen. Bomen die de diepte in kunnen wortelen, drukken verharding minder snel omhoog dan bomen die door hoog water in de toplaag blijven hangen, al blijft wortelruimte onder een pad aandacht vragen. Soorten met een uitgesproken voorkeur voor permanent nat of juist voor extreem droog doen het hier zelden goed, omdat de standplaats het grootste deel van het jaar gematigd blijft.