Wie in Pijnacker de schop in de grond zet, komt vooral veengrond tegen. Pijnacker ligt op Hollandveen dat door ontwatering blijft inklinken; in de wijk Klapwijk is het maaiveld plaatselijk al zo'n 80 centimeter gezakt. Grondwerk vraagt hier een zettingsarme opbouw: cunet doorgraven tot een draagkrachtige laag, geotextiel onder het menggranulaat en bij zwaardere constructies fundering op palen in plaats van op staal.
Palen van een hekwerk of pergola komen in veen na jaren scheef te staan doordat de grond eromheen ongelijk zakt; rechtzetten houdt alleen stand als de paal in een vastere laag reikt. Slootkanten in Pijnacker vallen onder de schouw van het waterschap, en een afgekalfde veenrand vraagt na het maaien extra aandacht omdat zo'n rand snel verder inzakt. Scheuren die in een droge zomer in het gazon verschijnen, lopen op veen door tot diep in de zode en sluiten pas wanneer de bodem over de volle diepte opnieuw verzadigd is. Gazon op veen vermost sneller door de lage pH en de natte bovenlaag; verticuteren haalt de viltlaag weg, maar zonder aanpassing van de bodem komt het mos terug. Veengrond levert weinig kalium en kan bij een lage pH tekorten aan koper of mangaan geven; een bodemanalyse maakt dat zichtbaar voordat de beplanting er schade van ondervindt.
De waterhuishouding weegt hier net zo zwaar als de grondsoort. Pijnacker ligt tussen veenweidepolders en door vervening ontstane plassen zoals de Ackerdijkse Plassen, met een dicht slotenpatroon en een strak gereguleerd polderpeil.