Onder Noordwijk ligt hoofdzakelijk duinzand; dat gegeven staat aan het begin van elke berekening. Noordwijk staat op kalkrijk duinzand en op afgezande zanderij- of bollengrond: droog, goed draagkrachtig en met een grondwaterstand die diep onder maaiveld blijft. Grondwerk graaft hier makkelijk weg, maar los duinzand moet laagsgewijs worden verdicht omdat een pad of oprit anders alsnog nazakt, en de kalkrijke bodem is te schraal voor beplanting zonder flinke bodemverbetering.
Onder een oprit met autobelasting komt een laag menggranulaat 0/31,5, omdat gebroken materiaal onderling grijpt waar de ronde, eng gegradeerde duinkorrel dat niet doet. Duinzand laat zich goed verdichten, maar de korrel is fijn en eenvormig; wordt het zandbed niet in lagen met een trilplaat aangedrukt, dan blijft er nazakking in het straatwerk zitten. Kalkrijk duinzand bevat nauwelijks silt en is daardoor niet vorstgevoelig, waardoor de cunetdiepte bij een terras wordt bepaald door de verkeersbelasting en niet door een vorstrand. Fijn zand kan de poriën van een infiltrerende verharding op termijn dichtslibben; een schoon gebroken infiltratiepakket onder de klinker houdt de werking langer in stand.
Wat de bodem niet bepaalt, bepaalt het water. De kern ligt hoog en droog op de duinen en de geest; oppervlaktewater is er vooral in de polders aan de oostkant, achter de bollenvelden. Zonder capillaire aanvoer vanuit het grondwater droogt het zandbed volledig uit, waardoor het bij het straten lastig op profiel te houden is en bevochtigen tijdens het werk helpt. Groene aanslag en onkruid in de voegen komen hier trager op dan op een vochthoudende ondergrond, doordat de verharding na een bui snel weer opdroogt. Het cunet mag hier op de gewenste diepte worden aangelegd zonder dat de waterstand de opbouw beperkt, zodat de laagdikte volledig uit de verkeersbelasting volgt.