Het werk in Delft begint bij de bodem, en die is hier overwegend opgehoogde stedelijke grond. De Delftse ondergrond is grillig door oude stroomgeulen: draagkrachtige zandlagen liggen op sterk wisselende diepte, met samendrukbare klei- en veenlagen daarboven. De gemeente verlangt daarom grondmechanisch onderzoek en rekent met negatieve kleef over vrijwel de hele paalschacht, dus een aanbouw of zware terrasconstructie naast een bestaand pand op palen mag je hier nooit zomaar op staal funderen.
Onder oude verharding in Buitenhof liggen leidingen vaak ondieper dan de huidige eisen voorschrijven en soms buiten de bekende tracés, wat terughoudendheid met zware machines vraagt. Voordat een verzakt terras definitief wordt hersteld, is het zinvol te weten of de zetting nog doorloopt; enkele hoogtemetingen verspreid over een aantal maanden geven daar uitsluitsel over. Bij het herprofileren komen resten van eerdere tuinen tevoorschijn, van betonpoeren en tegelpaden onder het gras tot stukken folie; die gaan eruit zodat de teeltlaag overal gelijk wordt. Openbare verharding wordt in Delft periodiek opgehoogd, waardoor de straat in de loop der jaren hoger ligt dan de tuin; de aansluiting op de erfgrens en de afwatering worden opnieuw bepaald.
Wat de bodem niet bepaalt, bepaalt het water. Delft is ontstaan langs de gegraven Delf, een verlenging van de Schie, en het water loopt nog altijd via de binnenstadsgrachten Oude Delft en Nieuwe Delft en de omliggende bemalen polders. Renovatiewerk in een droge periode beperkt de structuurschade door materieel, terwijl hetzelfde werk na een natte week sporen achterlaat die later onder gazon of border terugkomen. Verharding die bij een renovatie wordt uitgebreid, verplaatst neerslag van de bodem naar de afvoer; een deel van dat water elders in de tuin bergen houdt de balans overeind. Bestaande bomen zijn met hun wortels afgestemd op de huidige waterhuishouding, waardoor een nieuw drainagestelsel dat de stand structureel verlaagt hun een deel van het wortelpakket kost.