Het werk in Moordrecht begint bij de bodem, en die is hier overwegend veen op klei. Achter de Schielandse Hoge Zeedijk ligt een veenpakket op rivier- en zeeklei: weinig draagkracht en sterke zetting, waardoor bestrating hier jarenlang blijft nazakken. Werk daarom met een dieper cunet, geotextiel en een goed doorlatend zandbed, en hoog in fasen op zodat het veen zijn zetting kwijt kan voordat de klinkers definitief liggen.
Vorstschade begint in de klei en het veen zelf en niet in de klinkers, dus de funderingslaag moet uit vorstbestendig en niet-slibhoudend materiaal bestaan. Waterpasserende klinkers leveren op deze bodem pas rendement met een drainageleiding of een overloop naar open water, omdat de fundering anders volloopt en de verharding zijn ligging verliest. Strooizout brengt natrium in de kleilaag en verslechtert daar de structuur, wat de bermstrook en de plantvakken langs een oprit meer schade doet dan de verharding. Een oprit met verkeersbelasting vraagt een dieper cunet met menggranulaat 0/31,5 en een scheidingsdoek eronder, zodat het granulaat niet in het slappe pakket wegzakt en vermengt. Grote tegelformaten laten verzakking harder zien dan kleine keiformaten, waardoor een klein element op een zettingsgevoelige ondergrond vergevingsgezinder is bij het opnieuw stellen. Trillen met een zware plaat verdicht wel het straatzand, maar het veen eronder laat zich niet verdichten en extra trilgangen leveren daar geen draagkracht op.
Naast de bodem telt het water mee. Moordrecht ligt ingeklemd tussen de boezem van de Hollandsche IJssel en de ringvaart van de Zuidplaspolder, waarbij het polderpeil meters lager staat dan het rivierpeil. Waterdoorlatende bestrating vraagt ruimte tussen de onderkant van het infiltratiepakket en de hoogste grondwaterstand; ontbreekt die marge, dan staat de berging al vol voordat de eerste bui valt. Waar het maaiveld te laag ligt om droog te bestraten, biedt een vlonder of een terras op poeren uitkomst zonder dat er een dik en zwaar zandpakket op de natte ondergrond komt. Een verzadigde funderingslaag is vorstgevoeliger dan een droge: bevriezend water zet uit en tilt het straatwerk plaatselijk op, waarna de klinkers na de dooi niet meer vlak liggen.